Keurig in een kring,
schelden, dachten zij,
hun schulden kwijt,
verachten zij
hun vreemdgang.
Spijt.
Één der tien geboden
van een band die sterk moest zijn,
doch brak, en zelfs zó doodde
dat des partners hermelijn
de mantel der liefde ontviel,
in het hart geraakte
en verkracht in eer en ziel,
een misbruikt vertrouwen braakte.
Doch badend in des zondaars schuld
weerklonk zo-even en zonet
nog wel verscholen en verhuld
een iets of wat verzet:
Vastbesloten?
Nee,
de leugen was te laf.
Lotgenoten?
Ja,
want er ging iets aan vooraf.
© Marcel Berendsen (21-12-2000)
Meandertaal:
http://www.homepages.hetnet.nl/~mamijo/index.htm