Rode bloemblaadjes,
fluwele omarming,
of sprijden naakt tentoon,
bij nachte en dage,
als verkoel-en verwarming,
van haar heilige kroon,
zijnde op mijn werk,
de hemelse kelk,
en meel op haar draden.
Diep is de onrust,
nu ik langzaam verwelk,
en zij niets wil verraden.