Er zit een meisje in een dal
ze zit daar in de val
Met haar armen om haar benen
staart ze alleen maar naar haar tenen
Zo hoeft ze niemand te bekijken
hoeft ze zich niet te vergelijken
Hier hoefde ze niet weg te rennen
omdat niemand haar zal kennen
Hier konden ze haar niet kwetsen
hier konden ze niet over haar kletsen
Ze voelde zich alleen daar
maar alles beter dan kwetsbaar
Opeens had ze in de gaten
ik moet dit dal verlaten
Hier zal iedereen mij vermijden
ook gij die me kan bevrijden