Het doek toont niets, geen zon,
geen blauw-tonen. Geen clichés,
want dit is geen raam dat uitkijkt
op naakte tanden. Slechts op wit.
Maar wit, dit scherm waarvoor
wij spelen, de mensenmassa
van twee die woelt en vertrapt
wat jij veracht. En ik, en ik,
soms. Ik geef wat ik krijg van voedsel
en je beantwoord me. Nemen is
zoveel moeilijker. Liefhebben is
een peulschil, in contrast met geliefd zijn.
Wit is dit geluk, dus ik staak
het denken met een punt. - Denken. -
En leef het gezeefd, naar behoren. Ik bezeil
je bloed, dat stilaan de honger stilt.