Het wordt herfst.
Ik kan geluk niet meer beschrijven.
De deuren sluiten, koude wind,
plooien me op
in de verpakking van het spreken.
Introspectie blijft woordeloos liggen
in wat snel sneeuw zal zijn
doorboord door voetafdrukken.
Overal kan ik zien,
slechts her en der herkennen.
Tweevuldigheden in het bloed
verheffen zich tot de macht van tien,
maar heilig blijven ze,
al zal zij dat niet beamen.
Slechts eenvoud heeft een zegen. Amen.
Ogen krijgen kost genoeg
- erotisch tafereel
dat openlijk
de open, warme haard verhult -
maar de beweging wil niet mee.
Waar gaan we heen,
o, dwarrelend blad?
Neem me bij de nerven,
want het wordt herfst
en ik kan jou niet meer beschrijven.