Op een nacht werd een onweerswolk gevormd
Toen de zon opkwam was deze niet alleen
De wolk werd groter en groter
Toen …
Toen kwam de zon tevoorschijn
Die maakte de onweerswolk weer kleiner
En die wolk vond het niet erg
Integendeel, hij genoot ervan.
Plots kwam een grote wolk voor de zon
Weer werd de onweerswolk groter
Maar de onweerswolk wou geen onweerswolk meer zijn
Hij wou een grote, witte wolk zijn
Dus hij begon te klimmen
Maar dat wou die grote wolk voor de zon niet
Hij werd dikker zodat de onweerswolk er niet door kon
De onweerswolk bleef stijgen en geraakte met veel moeite door de grote wolk
En daar was ze, de zon
De zon die hem een grote, witte wolk ging maken