De stilte werd doorbroken,
door gesnotter en gekuch,
een overvloed van tranen,
talloze zakdoeken in bonte kleuren...
Weerklank van Beethoven,
in een vermaarde symfonie,
zielstonen van de dood,
op 't cadans van waterlanders...
Toespraken met aller lof,
schuifelend langs de baar,
vriend en vijand gehuld,
in een matloos zwart omhulsel...
De laatste gang gelopen,
neemt hij de waarheid mee,
waarmee zij moeten leven,
tot de dood hen zal ontbieden...
Een verzwolgen zerk, vage letters,
jaren later, moge hij rusten in vrede,
vergankelijkheid van woorden,
die eens klonken, even na zijn dood...