’n Zonnestraal
’s morgens word ik wakker, met een warm gevoel op mijn hoofd,
en ik merk dat ik door ’n zonnestraal van mijn slaap wordt beroofd
’n zonnestraal zo helder, en ooh zo lief,
maar toch, wat is dit zonnestraaltje een kleine dief.
Want ik droomde zo mooi, zo lief en onbevreesd,
het zal wel een droom over mijn lief zijn geweest.
Altijd aan mijn zijde waar ik ook zou gaan,
waar ik zou ook lopen, of waar ik zou staan.
Een liefde als geen ander mij ooit zou kunnen geven,
niet in dit, het volgende of zelfs een vorig leven.
Bij jouw gezicht schieten gedichten door mijn hoofd
ik zal ze allemaal opschrijven zoals ik heb beloofd.
Maar het straaltje wordt breder en beschijnt mijn gezicht,
en dan word ik wakker van het felle licht.
Ik open mijn ogen en word dan blij,
want dat stoute zonnestraaltje dat ben jij.