hij vindt van niet
hij zegt van niet
hij denkt van niet
hij weet van niets
zo dwaalde de onwetende
rond in zijn duistere bos
om voor altijd vast te zitten
in zijn onwetendheid, in vergetelheid
als zijden draad vast gesponnen om een klos
hij ziet niet
hij hoort niet
hij begrijpt niet
hij weet van niets
nog steeds liep de argeloze
in cirkels door het woud
om voor altijd rond te draaien
in zijn onbekendheid, onbedachtzaamheid
als onregelmatigheden in het donkerste hout
wanneer deze onbekende
zijn doel zal bereiken
zal hij het dan herkennen
of zal hij verder kijken?
hij vindt van niet
hij zegt van niet
hij denkt van niet
hij weet van niets.