Minzaam mensje, eindeloos eenzaam
Opgesloten in een naam
Een zieltje in beton gegoten
Angstig vast, besloten
Glurend door gaatjes in zijn bunker
Speurend naar liefde; stiekem gehunker
Maar komedianten van de bovenste plank:
We feesten, we vrijen; hossen met drank
Maar niemand breekt het zooitje open
Geeft zich bloot, zo vlak voor de dood