GRIP
Zijn hele kamer staat vol
met boeken
kranten artikelen
flessen drank en volle asbakken
en alles wordt blauw verlicht
door alweer
een actualiteiten programma,
en midden in deze chaos zit hij,
een jongeman.
Hij zapt naar alles
wat maar ergens over gaat,
kent zijn klassieken
en weet hoe het er
in een oorlog aan toe gaat.
Hij kent het modernisme
en zelfs alle pulp
hij kent, denkt hij,
bijna alles wat er in
een middelgroot bibliotheek staat.
Er zit een man in een kamer
vol met boeken
flessen drank, volle asbakken
en een overlopend hoofd
omdat hij alles maar nog steeds
dat ene niet begrijpt,
waarom hij nog steeds
achter alles aanloopt
en waarom zijn leven
zoveel op zijn kamer lijkt.