de wereld,
grijzer dan die van een blind kind
die haar nog nooit eerder
in een andere kleur grijs had mogen bewonderen
duister als de zon
die op haar laatste adem leeft
een eeuwenoud schilderij
zo tikte het stil
alles te verjagen
een tijdbom, doodziek van binnen
op zijn laatste dagen
snakkend naar een redding
verscheen jij daar out of the blue met al jou vuur
een tweede zon uit het heelal
vers en puur
totaal ontwaakt
zoals sneeuwwitje
maar dan toch geen sprookje
wierp je me daar vandaan
daar waar de dagen nachten waren
druppels van de furieuze waterval
langzaam weer bedaart
langzaam weer stil en helder
waar de zon tussen de rotsen
wederom het water liet lachen
zo gaf je me warmte
werden mijn wonden littekens
wist ik alleen nog maar van lachen
en kropen we iedere avond zwoel onder de dekens
dat gerestoreerde schilderij
met die hoopvolle regenboog
boven die waterval met zijn rotsen
wat niet meer kapot kan gaan
dat,... dat zijn wij..