Oorlog
Verwondering staat te lezen op zijn gezicht,
met z'n ogen op 't slagveld gericht.
In zijn ogen lees ik pijn,
om hen die er niet meer zijn.
Z'n vader, broer en oom.
Hij staat daar maar te staan en kijkt
tot hij aan 't beeld bezwijkt.
Helemaal stil staat mijn verstand
en voorzichtig pak ik zijn hand.
Ik voer hem weg van dit onwezelijke,
van dit ontzettend vreselijke.
Kom maar, kom maar met mij mee,
wij samen, wij twee.
Altijd blijft het gebeurde in je gedachten.
Ik zal proberen je verdriet te verzachten.
Door er voor jou te zijn,
je bent nog zo verschrikkelijk klein.
Eens komt misschien de dag,
dat weer mag klinken jouw lach.