In splinters, duizend scherven mijn hart gebarst bij mijn voeten lag,
mijn ziel als as in de seven winden verstrooid, tot in de verste verte werd gedragen.
Hoop, gevoel en lust tot leven -- dreigden weg te zakken in een moeras van verdriet,
geen houvast meer in het aardse bestaan, de grijze toekomst tegenmoet.
Op een dag, de zon scheen zwart over de ontstoken lucht, gevuld met pijn zoals zo vaak,
werd ik bewust van iemand anders, van een vonk zo helder als geen ster.
De dagen leken te vliegen toen de vonk eenmaal, het vuur in mij hernieuwd aanwakkerde,
een vuur zo heet en puur, dat alleen mijn tranen betekenis eraan konden geven.
Van het vuur werd een storm, zo heet en onbekend als het laatste licht zelve,
het riep me en trok me aan, als niets anders ooit .
Doch iets hield me tegen, wat van me overbleef stopte me en leerde me het pad, dat het vuur voor me zou openen.
Eenmaal in de armen van de ster, is geen terug meer naar dit trieste heden,
liefde maakt de wonerbaarlijkste dingen, maar kan ook het onbreekbare breken
Niets meer heb ik te verliezen , behalve dan mezelf
de worp van een munt, de dans met het lot -- geluk of verderf ?
| Auteur: Alexander Díaz | ||
| Gecontroleerd door: Frummel | ||
| Gepubliceerd op: 12 oktober 2003 | ||
| Thema's: | ||