BEKENDEN
ieder jaar treffen we hier op het strand
een heleboel bekenden, niet enkel uit eigen land
Duitsers, Engelsen, Spanjaarden, een heleboel
kiezen elk jaar hetzelfde vakantiedoel
we verbroederen en vormen één grote bende
alleen was het gisteren grote ellende
want de regen strooide roet in ons eten
gelukkig waren we onder een afdak gezeten
onze vrienden zijn vooral die twee witten
ze gaan vlak aan de branding zitten
zij is een mooie slanke Schotse vrouw
hij lacht altijd en doet zijn kilometers trouw
iedere morgen op het natte zand
loopt hij op en neer langs het strand
dan is er ook nog de Arthur
die was vaak onze naaste buur
bezocht ons landje menig maal
maar sprak niet onze mooie taal
zij zeggen vriendelijk goedendag
wij antwoorden met “hola” en een lach
’s avonds zeggen we “adios” tegen mekaar
en gaat ieder rustig naar zijn kamer maar