De leegte
Met vertroebelde ogen staar ik voor me uit,
Wegkwijnend onder een treurwilg vol liefkozende handen,
De zon van jouw ziel die mijn verdere weg verblindt, mijn lippen droogt en
Opeens vol medeleven ten onder gaat
Langverwachte nachten keren zich tegen mij,
Vervlogen gedachten houden het plezier voor zichzelf,
Mijn zicht dwaalt niet af,
Maar de aanraking kent zijn begin niet meer,
Wanneer komt die zachte sneeuw me verwarmen,
Wanneer geeft ze mijn stem terug,
Laat ze me schreeuwen dat de wolken scheuren,
Laat ze me fluisteren dat ik haar zo mis
Wanneer komt de poƫet terug,
Die jouw littekens altijd kon verbergen,
Die jouw lach altijd opnieuw kon tekenen,
Die de laatste zin in jouw hart heeft geschreven?