De zon gaat voor de zoveelste keer onder
een vreemd gevoel, een gemis
Vroeger jij altijd naast me, nu zonder
een vraag of er na de dood iets is
Wachtend op een nooit komend wonder
Strelende wind langs men gezicht
het koude water lang men voeten
Een traan lang men lippen
is dit de straf waar ik moet voor boeten
Men leven stort in elkaar
kom jij ooit terug
hier is niets meer goeds, maar
Ik kom naar je toe,
ik wil je weer
Ik ben het moe
het missen doet me zeer
Tot straks,
zet je hart maar open
Spirit.