Toen je voor het eerst naar me keek met jou heldere blauwe ogen.
Wist ik dat de vlinders in mijn buik mij niet voor hadden gelogen.
Vanaf dat moment was het verliefde gevoel overal.
Bij de meren, de bergtoppen en in het duistere dal.
Romantische diners, vakanties, alles ging voor de wind.
Het lot was ons blijkbaar goed gezind.
Ik was de ’one’voor jou en jij was de ‘one’ voor mij.
We hadden ten alle tijden lol en we waren erg blij.
Ineens vloeiden woorden als duistere klanken uit je mond.
We moesten huilen we lagen allebei op de grond.
De dokter had je verteld dat je nog 3 maanden had te leven.
We moesten alles wat we hadden opgeven.
Ik was kappot, slechter ging het met jou.
Je mooie ogen waren veranderd in donker en flets blauw.
Nu is het inmiddels 4 maanden geleden dat jou lichaam mij heeft verlaten.
Ik hou nog elke dag de foto’s nauwlettend in de gaten.
Ik denk dat je nog bij me bent al is het waarschijnlijk een beetje mal.
Want alle liefde is verdwenen uit de meren, van de bergtoppen en uit het duistere dal.