Ongedwongen komen ze binnen,
Zonder dat ik er iets over te zeggen heb.
Daar blijven ze, zolang ze willen,
Hoe kan ik ze dan verdringen?
Ze vermenigvuldigen en delen,
Afhankelijk van wat hij doet.
En als hij me niet veel meer kan schelen,
Sterft een deel van binnen af.
Ze blijven maar komen, wil ik dit wel?
Ik kan het niet helpen, het kriebelt teveel.
Ze komen en gaan ook veel te snel,
Maar niet alleen voor hem..