Ik wou zo graag je kleine meisje zijn.
Jou kindje...
zorgeloos en klein.
Ik wou zo graag eens in je armen schuilen.
Een kindje...
zoekend naar veiligheid,
naar troost.
Maar ik wou je ook zo graag gelukkig zien.
Gelukkig...
zonder jou "kwade" verdriet.
Ik wou je troosten...
steunen.
Met mijn liefde omarmen.
Alleen...
jou liefde kwam maar niet.
Jou antwoord op mijn liefde voor jou,
een antwoord...
waar zelfs nu nog de sporen van te vinden zijn.
Mijn hart gebroken...
ijzig koud gemaakt.
Ik droogde jou tranen.
Maar jij...
zag de mijne niet.
Mijn tranen...
bespot,
vernedert.
Mijn kinderwereld...
werd omgezet in één grote leugen.
Mijn kinderwereld...
IK
helemaal alleen.
Gevangen.
Mijn leven nu...
een leven zonder jullie.
Een leven...
met de nodige pijn en verdriet.
Want nog steeds slaat dat kinderhartje...
schreeuwend, roepend, smekend
om "mama" - om "papa".
Maar ik moest deze weg uit...
het maakte me langzaam kapot.
En stilletjes hoop ik,
dat jullie beiden gelukkig zijn
in ook "jullie" nieuwe leven.
Alledrie appart!