De kracht die in me zit wil naar buiten,
Ik voel mijn warmte door mijn aderen.
Dan voel ik die kille kou,
opeens voel ik niks meer.
Leegte,leegte een enorme leegte,
angst,paniek komt in me naar boven.
Bang ben ik,bang voor de grote wereld.
Maar mijn wil is groter dan de angst,
de warmte net iets sterker dan de kou.
Met de warmte wil ik leven,
dat is de kant waar ik van hou.
Zo sprijd ik mijn vleugels,laat ik me gaan,
de warmte die er is is voor mij open gegaan.
Laat mij die beantwoorden met heel mijn hart,
Anders moet ik de kille kou weer in en sterft de warmte van mijn bloed.
Het zal worden verperst door de dikke koude aderen en de enorme angst,
dat is waar ik zou eindigen dan heeft de hel zijn vangst.