Hij kon bij haar niet komen,
zijn vleugels wilden niet.
Hij wou zo graag over de hoge bomen,
de horizon in't verschiet.
Ver weg zat zij te wachten daar,
zijn wegblijven baarde haar zorgen.
Instinctief voelde zij het gevaar,
doch...misschien komt hij wel morgen.
Hij lag er in een zwarte vlek,
er was een olieschip vergaan.
Het was te laat voor zijn vertrek,
hij wist: Er was geen ontkomen aan
Nog steeds zat ze daar, die meeuw,
ze wachtte uur na uur die nacht.
Kon hij niet horen haar geschreeuw,
ze wist, ze had vergeefs gewacht.
Zijn vleugels plakten tegen zijn lijf,
hij voelde zich zo machteloos.
"Ze weet niet waar ik blijf!"
maar zijn pogingen bleven vruchteloos
"Hij komt niet meer" en zij vertrok
met zich dragend haar groot verdriet.
En tegen de mensheid voelde ze diepe wrok,
want begrijpen, nee, dat kon ze niet.