Wie versiert wie?
Ze zag zijn ranke nek,
het sierlijk huppen,
buigen als zijn invite.
Ze keek haar vleugels langs
toen hij, heel nonchalant,
in glijvlucht
uit de takken gleed.
In buurmansboom
hetzelfde spel.
Ze hipte, licht koket,
haar staart omhoog,
van tak tot tak.
Hij wipte mee.
Ze hadden dolle pret.
Het nestje in de boom
was kunstig in elkaar gezet.
Daar werden na een week
of drie, vier eieren gelegd.
Het hippend wippen is voorbij.
Vliegen vangen en de jonkies
voeren, moet je doen in Mei.
wil melker
09/05/2001