Eenhoorns en elfenland,
Zachtjes waar wateren vloeien.
En regens de grasvlakte besproeien.
Waar éénhoorns en elfen het land bewonen.
Daar waar ik je het eerst ben tegengekomen.
Briesend stond je daar je weg kwijtgeraakt.
Het vechten naar hoop allang gestaakt.
Liep ik met mijn elfen voeten, naar je toe heel zacht.
Streelde je manen,het leek of je het allang had verwacht.
Keek in je droevige ogen zoekend naar het licht.
En heb ik voor jou mijn straal gericht.
Samen liepen we verhuld in stilte,maar toch elkaar begrepen.
Zoals we immer in ons gevoel al deden.
Zachtjes gaf ik je eten uit mijn hand.
En heb toen zachtjes mijn handen in jouw vacht gepland.
Toen keek je even en verdween.
En gingen er eeuwen over heen.
Plots stond je weer daar.
En was je voor het nieuwe leven klaar.
Om deze maal te blijven.
En je nooit meer weg van mij te laten drijven.
Lesley-Ann