Ik zie nog die ogen
starend in de leegte
wegkwijnend in eenzaamheid
hun ingezakte wangen
zoekend naar tederheid
gekluisterd aan hun stoel
zonder nut nog doel
het staren in de verte
zoekend naar herinnering
zonder lust en veilig gevoel
de kille koude muren
waar ze dagen naar zitten turen
verlangend naar de dood
als helper in hun nood
zie naar hun vergeelde
als geperkamenteerde handen
die niet naar dit verlangden
ze zoeken niet meer naar schrale troost
voor hen was hun leven,het mooist.