Samen
In mijn tuin
Kijkend naar de gloed die achter het rozenperk verdwijnt
Denken niet aan morgen
Aan het moment
Omarmen elkaar
Wauw wat ben ik een gelukzak zeg
Ik zie enkel nog maar een rozenperk
Jij klampt tegen me aan
Ik bescherm jou tegen de bries
Ik zie fonkelingen in de Grote “leegte”
Ontspannen kijken we omhoog
Op een deken ,op het gras
Denken aan elkaar
Ik aan jou ,aan hoeveel ik je graag zie
Zoveel dat die Grote zelfs niet kan vullen
Jij aan mij
Dat ze mij heeft
Iemand die ze KAN vastklampen
Prachtig
Zalig
Uren gaan voorbij
Tot ik slaap vat