Zeg ze me, Jente
de woorden
Ik beloof dat ik het zal proberen.
Zeg ze me, Jente
de woorden
Ik zal proberen te stoppen met het snijden.
Zeg ze me, Jente
de woorden
Mijn leven heeft wel nog zin.
Zeg ze me, Jente
de woorden
Er ligt nog een mooie toekomst voor me.
Zeg ze me, Jente
de woorden
Ik zal je nooit verlaten, Katrijn.
Zeg ze me, Jente
die woorden!
( Jente heeft me die woorden nooit meer gezegd. En nu moet ik diezelfde woorden zeggen tegen anderen. Nu pas begrijp ik hoe Jente haar voelde, want ik kan die woorden nu ook niet zeggen! )