Sinds we elkaar voor de eerste keer hebben gesproken,
is er nog geen stilte opgedoken.
Chatten hier, telefoontje daar,
we blijven uren praten met elkaar.
Ik kan het bijna niet geloven,
maar jij blijft spoken in mijn dromen.
Ik blijf aan jou denken elk moment van de dag,
wachtend tot ik je eindelijk eens ontmoeten mag.
Wachtend om te verdrinken in je blauwe ogen,
ja als dat eens zou mogen.
Tot dan kan ik enkel aan je denken,
en hopen dat je me veel vreugde kan schenken.
Hopelijk zal die dag vlug komen,
waarop jouw ogen de mijne eindelijk ontmoeten buiten mijn dromen.
Je biebeltje.