Het hemelpaleis.
Liefje waar ben je ik hield zo van jou.
Liefje ik geef je mijn hevige trouw.
Jij was toch zo lief en zo teder voor mij.
Je prevelde woordjes die geen ander ooit zij.
Zijn die momenten voor altijd voorbij, voor altijd voorbij?
Eens heb je mij heel jou liefde gegeven
Zij mij, ik kan zonder jou niet meer leven.
Nu loop je mij als een vreemde voorbij
Je hield toch van mij, je hield toch van mij
Wat heeft toch die ander, wat ik jou niet kon geven.
Ik geef je mijn hart, ik geef je mijn leven, ik geef je mijn leven.
Liefje ik wil zelfs sterven voor jou.
Liefje ik voel toch zo’n ijzige kou, zo’n ijzige kou
Het water stroom weg gekleurd door mijn bloed
Liefje, mijn liefje ik verlaat je voorgoed, ik verlaat je voorgoed.
Liefje ik voel, ik zal sterven weldra.
Toon mij je liefde en kom mij achterna, mij achterna.
Wij maken dan samen die hemelse reis
En leven wij eeuwig in het hemelpaleis, het hemelpaleis.
.