Ik kijk naar buiten door het raam. Regendruppels die naar beneden glijden. Het is koud buiten. Overal kille muren om me heen. Zo kan ik wel uren naar buiten staren. Ik volg het ritme van de regendruppels die op het dak kletteren en kijk dan naar de bladeren die op de grond vallen. Het waait hard en de bomen zwaaien met hun takken en zo kalen hun kruinen. Ik wandel naar mijn kamer, leg mijn favoriete muziek op en luister naar de rustgevende deuntjes die door mijn slaapkamer galmen. Wetend dat ik algauw mijn ogen sluit, haal ik een foto uit mijn broekzak. Ik huil tranen van verdriet en spijt. Ze pletsen op jouw foto. Maar dan veeg ik mijn tranen weg, slaak een zucht en kijk nog eens naar buiten. Alweer een liedje over liefde. Ik kan het niet meer aan. Het is me allemaal te veel. Waarom zie jij dat nu niet? Heb je het dan niet door dat ik zoveel om je geef? Dat je zo belangrijk voor me bent dat ik zelfs bereid zou zijn om voor je te sterven? Ja, sterven. Ik kon zo goed met je overweg. Ik ben zo blij dat ik je heb leren kennen. Maar mijn tijd is gekomen, ik moet nu gaan. Ik stop jouw foto terug in mijn broekzak. Dan ga ik naar de badkamer. Ik mag het niet doen, ik verbied het mezelf. Maar het is zo sterk. Het is de enige manier voor me. Je ziet me enkel als een goede vriendin, maar dat wil ik niet zijn. Ik wil iemand zijn waar je altijd bij wilt zijn. Iemand waarvan je mijn naam roept in de nacht omdat je me mist. Iemand waarvan je droomt ’s nachts en niet kunt wachten om me terug te zien. Maar dat voel jij niet. Ik heb respect voor andermans keuzes, maar geen respect voor mezelf. Het klinkt niet logisch. Het dringt niet door. Dus wil ik van deze wanhopige verlangens af. Ik sluit de badkamerdeur en draai de sleutel om in het slot. Dan doe ik de kast open op zoek naar mijn zonde. Daar ligt het. En mijn doekje neem ik uit de kast ernaast. Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Ik huil zwarte tranen, voor jou…Door mij. Alles wat fout loopt is mijn schuld. Ze zijn zwart van mijn zonden, maar het is mijn mascara die uitgelopen is. Ik neem nog een ander doekje en veeg de zwarte tranen van mijn gezicht. Mijn ogen zijn rood. Mijn mond is droog. Ik zie er niet uit. Ik heb het vast. Het doet geen pijn. Niet meer… Ik heb het nooit gevoeld. Deze pijn verlicht mijn pijn voor jou en mij. Nu is het goed. Nu adem ik weer rustig. En alweer heb ik mijn zonde begaan. Mijn hart klopt in mijn keel, wanneer ik bloeddruppels zie op de witte vloertegels. Het doekje is bloedrood. Ik schrik. Ik veeg alles schoon weer weg. Overal vlekken, ik zal…alles stoppen…stoppen in de wasmachine… Ik beloof mezelf dat dit de laatste keer is. Ja…laatste…keer… Ik ben…geen…freak… Ik…ik…ik… Alles is wazig… Ik sluit mijn ogen. De deuntjes van mijn cd luiden op de achtergrond. Ik weet dat er vanavond niemand aan de deur zal komen. Ze zijn toch niet thuis. Ik probeer recht te staan. Ik voel dat er iets snijdt in mijn arm. Ik hef mijn mouw op en zie de bloedvlekken en wonden. Ik begin alles op te ruimen. Ik mag niet opnieuw instorten. Ik open de deur en ga terug naar mijn kamer. Ik voel dat ik niet bij mijn bewustzijn ben. Het doet zo’ n pijn nu… Ik sluit mijn slaapkamerdeur. Ik zie allemaal wazige beelden. Ik zie druppels op de vloer en op mijn beddenlakens. Ik huil en val zachtjes in slaap. Nu weet ik dat het voorbij is… Mijn innerlijke pijn is over en ik word nooit meer wakker…