Op momenten zoals dit wou ik dat ik niet bestond,
op momenten als dit zak ik het liefst door de grond.
Ik kan niet voor me zelf opkomen,
Dat is iets waar ik alleen van kan dromen.
Ik kan niet tegen ruzie en haat,
Voor verandering is het al te laat.
ik kan niet boos worden op iemand,
ik sta altijd maar aan de kant.
ik ben maar een stomme meeloper,
een onbelangerijke stoker.
Het spijt me zo nu heb jij ruzie dankzij mij,
door alles wat zij deed en zij.
bestond ik maar niet,
dan had ik dit niet dit verdriet!
sorry Meid...