’s Nachts,
als alle lichten zijn gedoofd.
Komen de gedachten,
en ze blijven spoken door mijn hoofd.
Angst voor de toekomst,
achterna gezeten door het verleden.
Verdriet door de gebeurtenissen,
die zich afspelen in het heden.
Teleurgesteld in mezelf,
falen bij alles wat ik doe.
Scheldend in het donker,
van trut tot domme koe.
Verkrampt van woede,
met het niets in gevecht.
Bang om te gaan slapen,
want de nachtmerries lijken zo echt.
Tot slot komen de tranen
van paniek en verdriet
Morgen maar weer zorgen
dat niemand de krassen ziet..