Als ik in de spiegel kijk,
zie ik iemand die ik niet ken.
Ze is een vreemde voor mij.
Haar ogen,
een zee van tranen,
kijken me angstig aan.
Maar ergens in haar blik
zie ik ook haat.
Haar mond,
slechts één enkele rechte lijn.
Er rolt een traan over haar wang.
Dat komt door haar verdriet,
verborgen verdriet.
En eindelijk, eindelijk
besef ik,
geef ik aan mezelf toe dat
ik dit kleine meisje ben