Mistige nevels in de lucht,
Het is de stilte van een naamloze angst.
Iets houd zicht verborgen,
Het leeft van alle wezens het langst.
Het loert dag en nacht,
Afwachtend tot hij zijn kans pakt.
Dan ontneemt hij ademtocht,
En stopt de levenszin die hij zocht.
Ellendig eenzaam heeft geen naam,
Maar wij noemen hem de dood.
Aangenaam.