Eindeloze vlakten, zo zielloos
De stilte doet pijn aan mijn oren
Ook al schreeuw ik om hulp
Niemand lijkt mij te horen
Ik voel me eenzaam
Verdronken in de kou
Als een vreemdeling zonder naam
bitter en grauw
Gedachten vreten aan mij
Ze zijn de leugen van een waarheid
Weinig hoop
Want ik ben alles al kwijt
Iedereen is hetzelfde
Groot denkend, maar toch klein
We voelen ons god
Maar dat is slechts bittere schijn
Als je niemand meer hebt
En er valt weinig te geven
Zullen we ons vroeg of laat
Datgene realiseren
Wat ons zo kwetsbaar maakt...