Stel je is voor
Je bent verliefd op je broer’s vriend.
Ik was echt smoor,
Maar je moeder was der niet van gediend.
Hoe kon ik der mee leven,
Ik kon der niet mee om gaan.
Maar we gingen afspreken,
Hoe kon ik dat nou afslaan.
Ik kan niet stoppen met dromen,
Houd hij ook van mij?
Ik kan der nooit meer van af komen,
Blijft hij wel bij mij?
Ik was zo bang om hem te verliezen,
Ook als vriend.
Ik wil hem niet missen!
Ik hoop dat hij ook van mij houd,
Ik vind hem echt leuk.
Ik maak nu geen fout,
Was der maar een spreuk
Een spreuk om alles op te lossen,
Maar dat kwam niet voor.
Al het kwade te verlossen,
Maar ik ben en blijf smoor…