Het is een stille en donkere nacht, ik zie eren man die op zijn geliefde wacht.
Hij staat daar maar alleen met haast niets meer om zich heen, dan een zwarte nacht.
Hij staat onder een lantarenpaal en denkt aan die mooie flonkerende zaal en dat hij met haar aan het dansen was. Hij staat hier al heel veel maanden Te wachten tot zij kwam, hij denkt weer aan die mooie flonkerende zaal en dat hij haar in zijn armen nam.
Opeens ziet hij haar aan de overkant van de straat en de plek waar hij stond is de plek die hij nu verlaat.