klein wezen van verderf
je verkracht dit ogenlik,
met je droge schubben vingers
en je lege ogen vol vergif
jij rottig schepsel zonder dromen
zomaar durven komen
met je kankers van verdriet
en m’n lach ten duister plooien
nee, ‘k vergeef ‘t je zomaar niet
je bent een dienaar van ellende
een scherp omhulsel zonder ziel
jij lelijk mormel vol van leegte
’t is mijn probleem niet,
kan je dat zien ?
…
we moeten hoge ogen gooien
in mooie pakken doodgaan
blijven lachen voor de vrienden,
kijken hoe geluk ontstaat