Alleen,éénzaam en verlaten;
met niemand kan hij praten,
zit treurig voor hem uit te staren.
Hij rookt een sigaret en denkt,
niemand die naar me wenkt.
Hij staat op en gaat voort,
van niemand geen gehoor.
Zo blijft hij achter, heel alleen,
met alles wat hij heeft geleend.
Hij heeft geen cent geen geld,
er is niemand die hem telt.
Alleen op de wereld en verlaten,
loopt hij dagelijks door de straten.
Weer een andere dag te gemoed,
in voor en tegen spoed.