Als de eenzaamheid me dreigt te overvallen,
sluit ik m’n ogen en droom ik weg.
Verlangend naar de tijd die is weggevallen,
blijf ik onverstoorbaar snoeien aan jouw heg.
Dan ineens kom je voor me staan
en ik zet alles opzij.
Na gezegd te hebben: “laat je maar gaan”
komen je tranen vrij.
Vrij komen ook de gedachten van het gemis.
Want een moeder komt bij je luisteren en met je praten.
Het is dan ook zo moeilijk als zij in de hemel is.
Maar wat moet je als zij je heeft verlaten,
terwijl jij op aarde van haar houdt?
Het vullen van de leegte door te zoeken,
is als het uiten van je verdriet aan Jezus.
Hij zal je dan het vertrouwen schenken,
dat je verloren hebt door het verlies.
Zij kijkt dan van boven trots haar meisje aan,
die door die ene traan tóch wat geluk ziet staan.
Ik doe alles om je te troosten
en wil er als een vriend voor je zijn.
Ook als ik je tranen droog,
want dan deel ik jouw pijn.
Straks komt ze bij je luisteren
en straks komt ze met je praten.
Maar tot die tijd zijn er hier op aarde,
mensen voor jou bestemd die zeggen:
“Jij bent van onschatbare waarde!”