Versmolten met de nacht,
Slapend door alle tranen heen.
Heb ik hier op je gewacht,
Tot de stilte weer verdween.
Je hebt me weer gevonden,
De sporen van de pijn.
Je heelt nu al die wonden,
Door er nu voor me te zijn.
De leegtes vallen dicht,
De angst word bedolven.
Een zwarte traan op mijn gezicht,
Zodat je woorden golven.
De littekens van mijn eenzaamheid,
Zullen straks weer opengaan.
Zonder liefde en tederheid,
Omdat jij weer weg zal gaan.
Het rode bloed zal stromen,
Uit de scheuren van mijn ziel,
Tot jij weer zal komen,
Omdat je me toen verliet.
De gedachten in mijn hoofd,
Denken niet aan toen.
Heel mijn wezen wordt verdoofd,
Tot ik ontwaak door je zoen.
Je bent er wel voor mij,
Op de momenten van geluk.
Maar ik zal er niet meer zijn,
Door hen gaat alles stuk,
Alles wat ik heb opgebouwd,
Zal door hen worden gesloopt.
Ik heb nooit iemand vertrouwd,
En heb nooit er op gehoopt.
Want wat zal ik bewaren?
In de kilte van mijn hart.
Niets kan daar evenaren,
En zal door hen worden verstard.
Niets kan me nu nog deren,
Zolang jij me nog wat liefde brengt.
Zolang jij me blijft begeren,
En er voor me bent.
Je mag denken wat je wil,
Je mag voelen wat je leest.
Je mag schrijven naar mijn zin,
Zolang je mij maar nooit vergeet.