De spiegel ziet mijn gezicht,
lachen, huilen en boos.
Zei ziet mijn slechte dagen,
en mijn goede.
Zij kan door mij heen kijken,
maar ziet zij mij echt?
Ziet zij die persoon achter die lach?
Achter die traan?
Ziet zij die persoon die ik niet kan zien?