Nooit alleen
Centrum van licht
Daarin twee gestalten, nee drie als ‘k me niet vergis
Bijbelse overdenking passeert de revue
Terug in mijn stoel, ’n ander gezicht
Dreiging toen, geluk nu
Uitbarsting van licht
Beiden naar ’t verleden kijkend, niet drie wel altijd twee
Gods belofte nooit gebroken
Maar vroeger is om van te leren en krimp niet vast aan ‘t verlee
Snoeien is des Tuinmans plicht
Expansie van licht
Hij en zij maakten drie met Hem aldaar
Thans met ons delend in dat licht
Hij, wij, jullie bij elkaar
Ontelbaar-honderdvijftig jaar