Liefste,
wanneer de nacht niet meer sterft,
en wij,
niet meer naar de sterren kunnen kijken.
Wanneer onze verlangen bederft
en wij,
van vochtig verdriet winters bezwijken.
Mijn allerliefste,
wanneer rivieren uit hun oevers treden
en geen mens,
in liefde noch tederheid meer gelooft
Wanneer wij hard hebben gestreden
en geen God,
het vuur van onze tranen ni-meer dooft
Mijn onbetreden weg,
Wanneer ik je niet meer bemin,
jij mij niet meer bemint
en wij elkaar niet meer beminnen
Mijn goddin,
Wanneer ik geen dicht voor je verzin
jouw schoonheid mij ni-meer verblindt
en wij ,ni-meer aan elkaar spinnen
Mijn gebergde bron,
Wanneer niet
ik het licht in je ogen zie
Mijn oosterse Zon,
Wanneer niet
ik 't zwart ervan leg in de poeziƫ
Wanneer,wanneer,wanneer,...
onze lippen bloeden,
druppels tranen niet meer stromen,
en wij van elkaar niet meer dromen,
Wanneer ,wanneer, wanneer, ...
haat zich wil blauw broeden
En deze zijn ons overkomen,
en alles weggewaaid is door de stormen
Ja,liefste
als het zover is,
als die tijddek aanbreekt
en ons als takken in takjes breekt
dan stopt de tijd
met dood tij
en geklop van ons hart.
Dan ontploft de tijd
met de wenteling van sterren
en jouw ogen, jouw zwarte ogen,
het beeld van je ogen
zal zich neerslaan op mijn ogen
en de eeuwigheid zal ik verwijten
die ons lentes en zomers heeft voorgelogen.