Neem me mee.
Naar die mooie zee.
Jij ik wij met zijn twee.
Jij groot.
Ik klein.
Maar dat maakt me niet uit.
Samen hebben we het toch fijn.
De stilte om ons heen.
Hier zitten we dan gezellig alleen.
Niemand die ons stoort.
Of ons hoort.
Zachtjes ruist de wind.
Ik vraag je nog eens wat je van me vindt.
Je haalt je hand door mijn haar.
Je weet toch dat ik je bemin.
Voor die jongen bij jouw binnen in.
Daarvoor ben je mijn vriend.