Niemand merkt haar op, niemand die haar ziet,
het meisje met haar stil verdriet.
Overdag loopt ze vrolijk rond
met een glimlach om haar mond.
Niemand die ziet dat de glimlach nep is,
dat het maar een masker is.
Achter het masker schuilt een groot verdriet,
maar niemand die het merkt, niemand die het ziet.
's Avonds, als ze zeker is dat niemand haar ziet,
komen de tranen, tranen van een groot verdriet.
Dan is haar masker overbodig,
heeft ze het niet meer nodig.
Want dan is ze helemaal alleen,
niemand om haar te troosten om haar heen.
Dan voelt ze zich heel eenzaam
en laat ze het mesje z'n gang maar gaan...