Als haar
een weg leiden
op gloeiende kolen
en enkel
haar blote voeten
om te lopen
Met boven het
grasgroene landschap
van haar dromen
belletjes verlangen naar
jou-
maar in je hand een harteloze naald
om ze te prikken.
beet op haar zachte lippen
Van diepblauw
naar gitzwart
met het heldere
daartussen-
en dat ik wist
over je golven van
twijfels
(alsof ik erin geloofde)
Maar in zijn
vage diepte
haar vertrouwen
ver verloren.
opnieuw een muur
van stilte
-veel hoger dan tevoren-
Verder dan het
[voelen]
maar niet meer dan
[geven om]
misschien te veel
voor woorden
maar wat wel
geloven kan
is niet alleen de
vlammen vroeger
maar ook morgen nog
de rook.