Ik ben alleen, alleen in een heel groot bos.
Ik wandel hier nu al uren en het begint langzaam aan te schemeren.
Ik raak en beetje in paniek, ik weet de weg niet meer en ben bang voor de duisternis.
Het pad wat ik volgde ben ik al een poosje kwijt.
een rilling loopt over mijn rug, deels van angst, deels van de kou. mijn voeten doen pijn en mijn benen zijn moe.
Een boomstronk, in mijn gedachten zag ik er al bijna een heerlijke sofa in. ik ga zitten en trek mijn knieƫn op zodat mijn hoofd erop kan rusten.
Een stemmetje fluistert: "ben je verdwaald?" Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk om me heen. Dan zie ik een piepklein ventje met een lange muts op die eigenlijk veel te groot is voor zijn kleine hoofdje. Hij herhaalt 't nog eens "ben je verdwaald?" "Ja", weet ik uit te brengen, "en 't wordt al donker." Het mannetje klimt via mijn broekspijp op mijn schoot en kijkt me aan. "Ik weet hier dichtbij een warme plek waar je kan slapen, morgenvroeg zal ik je wekken en je de weg wijzen om uit het bos te komen. Ik sta op en houdt het mannetje in mijn handen zodat hij mij bij kan houden en goed zicht heeft. We komen na een poosje aan bij een knus hutje verstopt in een grote struik. "Dit hutje is van een mensen kind die ik ken. Hij speelt hier vaak en zal er vast geen bezwaar tegen hebben als je hier een nachtje blijft."
Ik kruip naar binnen, "bedankt... hoe heet je eigenlijk?" "Ik ben Flip, de liefdeskabouter, en ik zit in jouw hoofd", zegt 't ventje. Te moe om te beseffen wat hij nou eigenlijk bedoeld laat ik me op 't zachte bedje van mos vallen. Voldaan val ik in slaap.
"Wakker worden, wakker worden", hoor ik ergens ver weg. Langzaam doe ik mijn ogen open en kijk in een paar hele mooie, warme ogen.
...slaapkamer, bed, een jongen?... een grijns verschijnt op mijn gezicht.
Door te verlangen naar echte liefde ben ik er middenin terecht gekomen.
En je kunt 't geloven of niet maar die kabouter uit mijn droom heeft me daarbij geholpen.
De mooie jongen geeft me een kus en dan... in een flits zie ik de kabouter op de vensterbank staan, hij geeft me een knipoog, zwaait en klimt dan uit het raam.
Gelukkig kruip ik lekker dicht tegen mijn nieuwe vriendje aan... 'Marcel' heet hij!