Ik kan niet weg:
er is een ring van angst,
van donkergroene angst,
vol dreiging
heel gemeen rondom mij heen.
Ik gluur er naar
als 's avonds naar de grauwe gaten
in een avondgroene heg,
naar grauwe gaten in de avondschemering.
Ik gluur en ril
en wacht op de ontvangst
van wat mijn angst voorspelt.
.
Ik gluur en ril,
geheel alleen,
van angst.