In mijn 'eerste land' ben ik geboren. Ik heb met mijn taal gesproken en heb ik gezichten gezien, waar ik van hield. Ik ben vergeten een feestje te geven.
In mijn 'tweede land'. Ik moest zomaar een taal spreken. Gezichten zien die niets voor mij betekenden. Gruwelijkheid en stomheid. Daarom gaf ik geen feestje.
In mijn 'derde land' heb ik kort geleefd. Het was een stom land. Ik heb er slechts drie woorden gesproken: “je demande d’asile”. Waarom zou ik een feestje geven?
In mijn 'vierde land' ging ik wachten. Ik heb een nieuwe taal geleerd. En nog wachten. Hier werd ik Asielzoeker. Wat jammer, ik had geen tijd om een feestje te geven: “Wachten”.
Ik ben nu bijna vier landen oud.
Ik ben moe.
In mijn 'vijfde land' zal ik ooit een feestje geven en dan hoor ik:
“Gelukkig nieuw land!”
Misschien vergeet ik dan, dat landen zo snel voorbij gaan.